Toast met kaviaar
Muziek/tekst: Rolf Kramer, februari 2007
Lied 38
Hazenrug en truffelquiche
een gala van de nouveau riche
Dans met mij
op dit bizarre feest
Of is het mooi geweest?
Lieveling, ik kom eraan
maar zie daar nog een dame staan
Ze veinst haar grijns
een hoed vol zomerfruit
Ze kijkt me aan en lacht me uit
ze buldert vreselijk luid
te luid
Iedereen is chic en vlot
maar ik loop in mijn Wibra-vod
en voel me goed
want waarom moeilijk doen?
En ik heb geen miljoen
Ik neem wat toast met kaviaar
en drink wijn uit een heel goed jaar
Een snob die kijkt
‘Heb ik wat van u aan?’
‘Ik hoop van niet,’ zegt hij voldaan,
‘Loop maar naar de maan
amice’
Honderd jaar terug was ik wat
ik dronk wijn met de president
Ik werd elke dag weer herkend
Nu loop ik in de stad
met mijn pierement
Ik pak mijn lief van achteren vast
’t is vast weer reuze ongepast
Hij doet alsof
hij me niet herkent
Wat een vuil serpent!
Na zijn kreet: ‘Blijf van me af!’
geef ik hem gepaste straf
Ik smijt met toast
en doel op zijn gezicht
Zo komt de waarheid aan het licht
Hij is ook gezwicht
voor hen
En dan ineens wordt het zwart
ik weet niet wat er nu gebeurt
Ik word aan mijn kraag meegesleurd
het wordt koud om mijn hart
maar hij lijkt opgefleurd
Wat een nep, wat een schandaal
Ze sleuren mij nu uit de zaal
in een bus
Ik word ontzettend kwaad
als de bus weer stilstaat
Even later lig ik stil
in een kamer wit en kil
‘Kijk meneer
toe, slikt u dit maar door’
Een dame houdt me pillen voor
waar ik mij aan stoor
heel erg
Ik denk aan de tijd die ik mis
want ik merk nu tot mijn schrik
dat iedereen behalve ik
gek geworden is
Iedereen behalve ik