Een teken aan de wand
Muziek/tekst: Rolf Kramer, september 2006
Lied 30
Drager van de eenzaamheid
leider, groot en sterk
Niemand is zo toegewijd
altijd aan zijn werk
Een teken aan de wand
Zeg mij nu:
weet je wel waar jij nu bent
waar jouw schip nu is gestrand?
Mensen drommen door elkaar
ze schreeuwen moord en brand
Je bent te jong, te oud, te bang
Een teken aan de wand
Een teken aan de wand
van een eindeloze gang
’t Fluisteren van bomen honderduit
Geruisloos zingt de nimf haar lied
en ze haalt de hoogste noot nu niet
want leger dan haar ziel ben jij alleen
Hoe heelt een hart zo koud als steen?
Hoe heelt een hart zo koud als steen?
Zanger van de nieuwe tijd
minnaar, lief en knap
die met zijn kapsones vrijt
op zoek naar de volgende stap
Een teken aan de wand
En zeg mij:
weet je meer dan wie dan ook
waar zit nou je verstand?
Als een wolf die zijn prooi verscheurt
neem jij het heft weer in hand
Je bent te rijk, te arm, te snel
Een teken aan de wand
Een teken aan de wand
in de krochten van de hel
’t Knisperen van eens, een gek geluid
Gevoelloos zingt de clown zijn lied
en hij haalt de hoogste noot nu niet
want droever dan zijn hart ben jij alleen
Hoe huilt een hart zo koud als steen?
Hoe huilt een hart zo koud als steen?
Dromer in de stille stroom
danser, lenig en slank
Een egostrelende levensdroom
Vleierij is je dank
Een teken aan de wand
En zeg mij:
zie je elk klein ideaal
in de spiegel van het verstand?
Dragen dingen bij aan wie je bent –
zo oninteressant
Je bent te koud, te warm, te goed
Een teken aan de wand
Een teken aan de wand
geschreven in jouw bloed